Ahomdynastie

Het insigne van de Ahomdynastie, Chum Phra Rung Seng Mung
Sukaphaa, stichter van de Ahomdynastie en eerste koning van het Koninkrijk Ahom, afgebeeld op een muurgravure in Goalpara Assam.

De Ahomdynastie (1228-1826) regeerde van 1228 tot 1822, en terug van 1833 tot 1838, bijna 598 jaar over het koninkrijk Ahom in het huidige Assam in India. De dynastie werd opgericht door Sukaphaa, een Shan-prins van Mong Mao (deel van Myanmar en van het huidige Yunnan in China) die naar Assam kwam na het oversteken van het Patkaigebergte. De heerschappij van deze dynastie eindigde met de Birmaanse invasie van Assam en de daaropvolgende annexatie door de Britse Oost-Indische Compagnie na het Verdrag van Yandabo in 1826.

In externe middeleeuwse kronieken werden de koningen van deze dynastie Asam Raja genoemd, terwijl de onderdanen van het koninkrijk hen Chaopha, of Swargadeo (in het Assamees) noemden.

Het ambt van Ahom-koning was uitsluitend voorbehouden aan de afstammelingen van de eerste koning Sukaphaa (1228-1268). De opvolging gebeurde door agnatisch eerstgeboorterecht.

De koning kon alleen worden benoemd met de instemming van de patra mantris (een raad van vijf ministers met functies aangeduid als Burhagohain, Borgohain, Borpatrogohain, Borbarua en Borphukan). Gedurende drie periodes in de 14e eeuw had het koninkrijk geen koningen wanneer er geen aanvaardbare kandidaten werden gevonden. De ministers konden onaanvaardbare koningen uit hun ambt zetten, en dit ging vaak gepaard met het executeren van de voormalige koning. In de 17e eeuw leidde een machtsstrijd en het toenemend aantal troonclaimers ertoe dat koningen snel na elkaar werden afgezet, die allemaal werden geëxecuteerd nadat de nieuwe koning was geïnstalleerd. Om dit bloedige einde te voorkomen werd een nieuwe regel ingevoerd tijdens het bewind van Sulikphaa Lora Roja (1679-1681): troonopeisers moesten onberispelijk, dit was lichamelijk ongeschonden, zijn.Dit betekende dat bedreigingen voor de troon konden worden verwijderd door alleen maar het oor van een ambitieuze prins af te snijden. Sukhrungphaa, ook gekend als Rudra Singha, die de plannen van zijn broer Lechai vermoedde, verminkte en verbande hem. De latere koningen en officieren maakten misbruik van de onberispelijke heerschappij, waardoor zwakke koningen werden aangesteld. Suklingphaa (2-jarig) en Purandar Singha (10-jarig en een van de laatste koningen van deze dynastie) kwamen aan het bewind omdat hun vaders verminkt waren.

De koningen van Ahom kregen een goddelijke oorsprong toegedicht. Volgens de Ahom traditie was Sukaphaa een afstammeling van Khunlung, de kleinzoon van de koning van de hemelen Leungdon, die uit de hemelen was neergedaald en Mong-Ri-Mong-Ram regeerde. Ze werden ook initieel begraven in moidams, koninklijke grafheuvels. Tijdens het bewind van Suhungmung (1497-1539), waarin de Hindoe-invloed toenam, werden de Ahom-koningen herleid tot de verbintenis van Indra (geïdentificeerd met Lengdon) en Syama (een vrouw van lage kaste), en werden ze uitgeroepen tot kshatriya. Suhungmung nam de titel Swarganarayan aan, en de latere koningen werden Swargadeo's genoemd (letterlijke betekenis: Heer van de Hemelen).

Koningen van de Ahomdynastie

Aangegeven staat de periode van hun koningsschap.

Volgnummer Koning Periode Einde koningsschap
1Sukaphaa1228–1268natuurlijke dood
2Suteuphaa1268–1281natuurlijke dood
3Subinphaa1281–1293natuurlijke dood
4Sukhaangphaa1293–1332natuurlijke dood
5Sukhrangpha1332–1364natuurlijke dood
Interregnum1364–1369
6Sutuphaa1369–1376vermoord
Interregnum1376–1380
7Tyao Khamti1380–1389vermoord
Interregnum1389–1397
8Sudangphaa1397–1407natuurlijke dood
9Sujangphaa1407–1422natuurlijke dood
10Suphakphaa1422–1439natuurlijke dood
11Susenphaa1439–1488natuurlijke dood
12Suhenphaa1488–1493vermoord
13Supimphaa1493–1497natuurlijke dood
14Suhungmung1497–1539vermoord
15Suklenmung1539–1552natuurlijke dood
16Sukhaamphaa1552–1603natuurlijke dood
17Susenghphaa1603–1641natuurlijke dood
18Suramphaa1641–1644afgezet
19Sutingphaa1644–1648afgezet
20Sutamla1648–1663natuurlijke dood
21Supangmung1663–1670natuurlijke dood
22Sunyatphaa1670–1672afgezet
23Suklamphaa1672–1674vergiftigd
24Suhung1674–1675afgezet
25Gobar Roja1675–1675afgezet
26Sujinphaa1675–1677afgezet, zelfmoord
27Sudoiphaa1677–1679afgezet, vermoord
28Sulikphaa1679–1681afgezet, vermoord
29Supatphaa1681–1696natuurlijke dood
30Sukhrungphaa1696–1714natuurlijke dood
31Sutanphaa1714–1744natuurlijke dood
32Sunenphaa1744–1751natuurlijke dood
33Suremphaa1751–1769natuurlijke dood
34Sunyeophaa1769–1780natuurlijke dood
35Suhitpangphaa1780–1795natuurlijke dood
36Suklingphaa1795–1811natuurlijke dood, pokken
37Sudingphaa (1)1811–1818afgezet
38Purandar Singha (1)1818–1819afgezet
39 (37)Sudingphaa (2)1819–1821weggevlucht
40Jogeswar Singha1821–1822uit functie gezet
Brits gezag1822–1833
41 (38)Purandar Singha (2)1833–1838onder Brits gezag, afgezet