Clothildis van Herstal

Clothildis van Herstal, Chrodechild, ook wel naar haar grootmoeder Doda genoemd,[1] (ca. 650, Herstal - na mei 692) was een Merovingische koningin van ongeveer 677 tot 692.

Haar ouders waren de hofmeier Ansegisus en de later heilig verklaarde Begga.[2] Omstreeks 677 trouwde ze met de koning van Neustrië Theuderik III.[3] Na diens dood in 690/691 oefende ze voor haar onmondige zoon Clovis IV[4] nog minstens een jaar het regentschap uit. In een geïnterpoleerde oorkonde van mei 692 wordt zij voor de laatste maal als zodanig genoemd.[5] Daarnaast heeft ze haar gade nog een jongere zoon Childebert III geschonken.[6] Mogelijk vond ze naast haar man in de Abdij van Sint-Vaast in Arras haar laatste rustplaats.[7]

Telt men de usurpator Chlotharius IV mee, dan zijn van de volgende zes laatste Merovingische koningen geen echtgenotes bekend. Chrodechild is daarmee de laatste bij naam gekende Merovingische koningin[8] en ze schijnt als regentes voor haar minderjarige zoon Clovis nog over een zekere invloed te hebben beschikt.

Noten

  1. ↑ Martina Hartmann (Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 86) meent dat het niet volledig zeker is, dat Chrodechild de koosnaam Doda gebruikte.
  2. ↑ M. Chaume, La famille de saint Guillaume de Gellone, in Annales de Bourgogne (1929), p. 48 (voetnoot 1).
  3. ↑ G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, DD Mer., I, Hannover, 1872, p. 51, nr. 57.
  4. ↑ G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, DD Mer., I, Hannover, 1872, pp. 51-53, nr. 58, M. Guérard (ed.), Cartulaire de l'abbaye de Saint-Bertin, Parijs, 1840, p. 36, nr. 14, Liber Historiae Francorum 49 (= B. Krusch, Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 323), (Continuator) Fredegar(is), Chronica 6 (= B. Krusch, Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 172), Chronica Sancti Medardi Suessionensis ad anno 695 (= L. d'Achery (ed.), Spicilegium, II, Parijs, 1631, p. 783).
  5. ↑ G.H. Pertz (ed.), Monumenta Germaniae Historica, DD Mer., I, Hannover, 1872, p. 53, nr. 58. Vgl. M. Hartmann, Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 86.
  6. ↑ Chronica Sancti Medardi Suessionensis ad anno 695 (= L. d'Achery (ed.), Spicilegium, II, Parijs, 1631, p. 783.
  7. ↑ Van Drival (ed.), Nécrologe de l'abbaye de Saint-Vaast d'Arras, Arras, 187, p. 4, Liber historiae Francorum III, p. 367. M. Hartmann, Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 86.
  8. ↑ M. Hartmann, Die Königin im frühen Mittelalter, Stuttgart, 2009, p. 87.

Referenties